de sportwagen

In het verleden schijnt er eens door een aantal autojournalisten een ‘definitie van een sportwagen’ te zijn opgesteld. Deze definitie blijkt echter – zelfs via het internet – niet meer te achterhalen. Eenmaal geprikkeld door het idee besluit ik dus zelf maar een poging te wagen.

sportwagen (de ~ (m.))

    auto met een vlotte, sportieve vorm, krachtige motor en goede wegligging bij hoge snelheden
    = > sportauto, sportcoupé

aldus Van Dale.

Als het al mogelijk is om een algemeen geaccepteerde definitie van een sportwagen op te stellen, kan deze nooit gebaseerd zijn op droge cijfers. Voorbeeld: hoe zwaar moet een kandidaat motorisch bedeeld zijn om voor de titel in aanmerking te komen? Als men 6 cilinders en 2,5 liter als uitgangspunt neemt, dan zouden een Lotus Elise of een Donkervoort niet als sportwagen betiteld mogen worden. En als een middenmotor een ‘must’ is, vallen bijvoorbeeld TVR en AC Cobra af, terwijl ze wel degelijk in genoemde categorie horen. Het heeft ook geen zin om te beginnen over acceleratie, topsnelheid, vermogen of koppel. Er zijn immers altijd wel auto’s te vinden die niet aan deze criteria voldoen, terwijl ze volgens liefhebbers wel degelijk als sportwagen worden gezien.

En dus valt de definitie van een sportwagen alleen maar te benaderen met omschrijvingen.

Een sportwagen – zoals het woord al zegt – zou moeten zijn ontworpen en gebouwd vanuit een raceverleden, of in ieder geval met de racerij in gedachten. Met andere woorden: geschikt voor gebruik op de openbare weg, maar met minimale aanpassingen inzetbaar op het circuit. Een rijmachine dus, geen vervoermiddel.

Belangrijkste criteria daarbij zijn gewichtsbesparing en functionaliteit. De auto moet zijn uitgerust met een uiterst communicatief onderstel, dus niet gehinderd door tussenkomst van ‘comfortverhogende’ electronica. Bovendien moet een sportwagen een gevoel van verlangen oproepen; het verlangen bezig te zijn met autorijden in zijn puurste vorm.

Verder zijn er nog zaken die voor de een een pré zijn en voor de ander een must, maar die een toegevoegde waarde hebben, zoals:
– een cabriolet, maar met een handbediend dak (gewichtsbesparing);
– een aanzienlijke ‘akoestiek’, wat een audio-installatie meteen tot een nutteloze accessoire maakt.

Ongetwijfeld zullen de ontwikkelingen in de automobielindustrie innovaties met zich meebrengen die het sportwagenconcept ten goede komen, zonder afbreuk te doen aan de beleving. En misschien zijn over twintig jaar de opvattingen op autogebied zo veranderd dat deze definitie moet worden herzien, maar voorlopig zijn ESP, diesel en drive-by-wire nog kreten die niet in een adem worden genoemd met de sportwagen.

Toch kan ook een high tech sportwagen het hart sneller doen kloppen van een ieder die meer dan een paar druppels benzine in het bloed heeft stromen…

de sportwagen: het bezit

“Het bezit van de zaak is het eind van het vermaak” is een uitspraak die nooit bedacht kan zijn door een sportwagenliefhebber. Want als je eenmaal die felbegeerde rijmachine in de garage hebt staan kan de pret juist beginnen. Maar wat komt er bij kijken als je zelf in het bezit bent van een sportwagen?

TVR S3C

Met de aanschaf van een sportwagen – wat in veel gevallen een klassieker is, of kan worden -, koop je niet zomaar een auto; je neemt de zorg op je voor een stuk automobielhistorie. Je probeert de auto dus zo lang mogelijk in goede staat te houden. Voor jezelf, maar ook voor het nageslacht.
Een sportwagen schaf je aan om lang plezier van te hebben, langer dan de levensduur van de gemiddelde gebruiksauto. En dus wil je deze niet buiten op straat langdurig aan de elementen (atmosferisch of crimineel) bloot stellen. Een garage is dus een pré, maar eigenlijk een must.
Met zo’n ‘vrijetijds-auto’ wordt doorgaans (veel) minder vaak gereden dan met een gezins- of bedrijfsauto, zodat het wenselijk – zoniet noodzakelijk – is de accu tussen de ritten door op peil te houden met een acculader. Maar het is natuurlijk beter om regelmatig te rijden.

TVR S3C
Als je een dergelijke auto hebt, begrijp je ook ineens waarom veel sportwagenbezitters niet snel iemand anders in hun auto laten sturen. Een goede reden is natuurlijk dat voor het besturen van een dergelijke auto bepaalde vaardigheden nodig zijn die niet iedereen bezit. Een andere belangrijke reden is, dat elke meter die een ander in jouw sportwagen rijdt, je zelf niet kan rijden.

Een rit met een sportwagen is niet slechts een kwestie van instappen, de sleutel omdraaien en wegrijden. Alleen al de aanvang van de rit is een deel van het plezier, het is voorspel. Vooral als het een cabriolet betreft. Het uitnemen en zorgvuldig in de kofferbak plaatsen van de dakpanelen geeft immers meer voorpret dan een simpele druk op een knop.
De geur van het leren interieur in combinatie met de benzinedampen en uitlaatgassen die bij het startproces vrijkomen, aangevuld met een 6- of 8-cilinder roffel die in je garage rondklinkt, doen het hart van de liefhebber al sneller kloppen voordat de rit begonnen is.

Met een sportwagen leer je gek genoeg ook langzaam rijden. Omdat een sportwagen een geringere bodemvrijheid heeft dan de gemiddelde auto, is het – zeker in een land dat vergeven is van verkeersdrempels – noodzakelijk dat je soms stapvoets rijdt, als je de onderkant van je auto een tenminste beetje krasvrij wilt houden.

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: